donderdag 27 februari 2014

Cargoe | Cargoe


Het Ardent Records-label uit Memphis en de gelijknamige studio bezitten een legendarische reputatie, In het bijzonder vanwege het uitbrengen van de Big Star-platen. De eerste release op het in 1972 kersverse label is echter niet Big Stars # 1 Record, maar het gelijknamige debuut van vier jongens uit Tulsa, Oklahoma: Cargoe. Ardent Records, dat een distributiedeal heeft met het fameuze Stax Records, tekent Bill Phillips (zang, toetsen, gitaar, achtergrondzang), Tommy Richard (zang, gitaar, achtergrondzang), Max Wisley (zang, bas, achtergrondzang) en Tim Benton (zang, drums, achtergrondzang) en laat het kwartet met huisproducer Terry Manning hun debuut-lp opnemen. Ardent brengt gelijk ‘Feel Alright’ als single uit, dat veel op de locale radio gedraaid wordt en zelfs de Billboard top-100 haalt. Cargoe wordt naar Los Angeles gehaald en speelt voor een uitverkocht huis in de Whiskey-A-Go-Go. De weg lijkt geplaveid voor een goede ontvangst van Cargoe, de debuut-lp. De distributie van de plaat stokt echter volledig. Zowel het beginnende Ardent als het op soulmuziek gerichte Stax weten zich geen raad met de grote vraag, met als gevolg dat Cargoe in bijna geen enkele platenwinkel te koop is. En dat is doodzonde, omdat Cargoe een bijzonder knappe poprockplaat is. Cargoe knipoogt naar het verleden door invloeden toe te laten van Moby Grape en Crosby, Stills & Nash – zeker waar het de zang aangaat, want alle bandleden blazen hun partijtje mee en nemen alle de leadzang voor hun rekening. Cargoe is voorts goed vergelijkbaar met tijdgenoten als The Rasberries, maar vooral met het Britse Badfinger. De liedjes hebben alle een hoog melodieus gehalte, maar krijgen een stekelige randje door het venijnige gitaarspel van Tommy Richard. Cargoe is volgestouwd met topnummers die rocken, die bijten, maar toch warmte uitstralen – vanwege het rollende orgel, de grand piano en de razendknappe samenzang. Cargoe is een klassieke lp in het vroege powerpop-genre, maar vanwege de armzalige distributie is dit niet bij het grote publiek bekend. Dat Cargoe al in datzelfde jaar – 1972 – uiteenging, zal geen verrassing zijn; kennismaken met het fantastische debuutalbum zal dat beslist wel zijn.

01. Come Down
02. Feel Alright
03. Horses And Silver Things
04. Scenes
05. Things We Dream Today
06. Time
07. Feelin’ Mighty Poorly
08. Thousand Peoples Song
09. Heal Me
10. I Love You Anyway
11. Leave Today

bonus track
12. Tokyo Love


woensdag 19 februari 2014

Wigwam | Nuclear Nightclub


Wigwam is international gezien de beste rockband die Finland heeft voortgebracht. Onder aanvoering van de Britse expatriate Jim Pembroke krijgt Wigwam begin jaren zeventig zelfs in Engeland een voet aan de grond. Na een viertal typische progrock-lp’s met klassieke en jazzinvloeden gaat het het roer om. Wigwam komt onder contract bij Virgin en wijzigt zijn koers drastisch richting pop en melodieuze rock. Op een eiland voor de kust van Helsinki treffen de bandleden voorbereidingen voor het nieuwe album dat in Stockholm opgenomen gaat worden. Het levert met Nuclear Nightclub een pastoraal en organisch werkstuk op, waarop bliepende synthesizers en snorrende moogs op natuurlijke wijze verweven worden in het transparante rockgeluid van Wigwam. Deze spacey synths verlenen tezamen met de sterke harmoniezang, fraaie melodieën en rustieke gitaarriffs en -solo’s de acht tracks een subtiele klasse. Niets voor niets is Nuclear Nightclub Wigwams meest succesvolle album.

01. Nuclear Nightclub
02. Freddie Are You Ready
03. Bless You Lucky Stars
04. Kite
05. Do Or Die
06. Simple Human Kindness
07. Save My Money & Name
08. Pigstorm

bonus tracks
09. Tram Driver
10. Wardance
11. Bertha Come Back
12. A Better Hold
13. All Over Too Soon
14. Masquerade At The White Palace

15. Goddammaddog

donderdag 13 februari 2014

Quicksilver Messenger Service | Quicksilver Messenger Service


In 1964 richt folkzanger Chester Powers Quicksilver Messenger Service op. Powers heeft dan onder de naam Dino Valenti al jarenlang het koffiehuizencircuit van Greenwich Village afgestroopt. In San Francisco gaat hij een verbond aan met Gary Duncan (gitaar, zang), John Cipollina (gitaar), David Freiberg (bas,zang), Jim Murray (zang) en Greg Elmore (drums). Quicksilver Messenger Service speelt in de talloze clubs in San Francisco en in de Bay Area en ontwikkelt gaandeweg zijn psychedelische sound van uitgesponnen gitaarsolo’s, geestverruimende songstructuren en zweverige songteksten. Met The Grateful Dead en Jefferson Airplane behoort Quicksilver Messenger Service tot de voorhoede van de acid-rock en gezamenlijk vormen zij het uithangbord van de hippiecultuur van Haight-Ashbury. Dino Valenti neemt dit nogal letterlijk, want rond 1965 wordt Valenti gearresteerd wegens drugsbezit. In zijn proeftijd wordt hij opnieuw opgepakt en dus draait hij voor jaren de gevangenis in. Ondertussen tekent zijn band, als laatste van de grote San Francisco-hippiebands, een contract met een platenlabel. Jim Murray is dan uit de band vertrokken, waardoor het viertal Cipollina, Freiberg, Elmore en Duncan overblijft en de laatste de zanger van de band wordt. De debuutplaat van Quicksilver Messenger Service verschijnt in een door de befaamde graficus Rick Griffin getekende hoes. Het kwartet is beïnvloed door jazz, country en de rock-‘n-roll van Bo Diddley. Het meest kenmerkende aan de psychedelische sound zijn echter de gitaar-suites die minutieus worden opgebouwd door de gitaristen Cipollina en Duncan. Op de zelfgetitelde debuut-lp komt dit het best tot uitdrukking in de geïmproviseerde en jazzy instrumentals ‘Gold And Silver’ en het eindeloze ‘The Fool’. De vocale stukken zijn echter zeer sterk, omdat Quicksilver Messenger Service de klassieke invloeden van folk en country aanwenden voor het maken van echte liedjes. De elektrische folkrock van ‘Pride Of Man’ – een cover van folkzanger Hamilton Camp – is fantastisch, evenals de gedegen bandcomposites ‘Light Your Windows’ en de liefdevolle boodschap aan de voorman in de gevangenis: ‘Dino’s Song’. Dat dit geweldige debuut van Quicksilver Messenger Service niet de status heeft die het verdient, komt louter door de opvolger Happy Trails. Deze Diddley-cover, uitgesmeerd over een gehele plaatkant, heeft helaas het zicht ontnomen op de psychedelische, kosmische rock van het prachtige debuut dat Quicksilver Messenger Service absoluut is.

01. Pride Of Man
02. Light Your Windows
03. Dino’s Song
04. Gold And Silver
05. Too Long
06. The Fool

maandag 10 februari 2014

Caravan | If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You


Het openingsnummer van If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You is maar koud een minuut onderweg of de eerste scheurende orgelsolo wordt al gelanceerd door David Sinclair. If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You is Britse progrock van het zuiverste water, maar voor alles is Caravans magnum opus een orgelplaat. De zwierige, vloeiende en supersonische Hammond- en orgelsolo’s zijn royaal uitgespreid over deze tweede plaat van dit kwartet dat eind jaren zestig deel uitmaakte van de zogenaamde Canterbury Scene. Rond het midden van de jaren zestig ontstaat er in Canterbury – bekend van het 14e eeuwse The Canterbury Tales – een muzikale scene waarin The Wilde Flowers centraal staan. Uit deze ‘oerband’ ontstaat in eerste instantie The Soft Machine – met Kevin Ayers en Robert Wyatt – en eind ’67 Caravan, met daarin Pye Hastings (gitaar), Richard Coughlan (drums), Richard Sinclair (zang, bas), en daaraan toegevoegd Sinclairs neefje David, op orgel, piano en klavecimbel. Voor Verve Records verschijnt een jaar later het zelfgetitelde debuut, maar de plaat ligt nog maar net in de winkels of de Britse vestiging van Verve wordt opgedoekt en Caravan aan de kant gezet. Via een nieuw management komt Caravan dan terecht bij het fameuze Decca, voor wie het kwartet in september ’69 gaat opnemen in de Londense Tangerine Studios. Ondertussen heeft Caravan een goede reputatie in het live-circuit en staat geprogrammeerd op grote openluchtfestivals – zeer populair in de hippe jaren zestig – waaronder het legendarische festival in het Kralingse Bos.
In een volgende sessie in Tangerine completeert de band haar debuut voor Decca: If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You. De lange titel past in het tijdsbeeld van hippiemuziek en progressive rock; omschrijvingen die Caravan perfect passen. Naast de lange titel biedt Caravan ook – zoals de rigeur in progrock – lange nummers, maar wel nummers die de spanningsboog strak houden. Want hier geen oeverloos gefreak, nee; volop melodieuze rocksongs, mooi gezongen en onderkoeld gespeeld, met bovendien prachtige lyrische passages met daarin de dwarsfluit van Hastings’ broer James. En hoewel gitarist Pye Hastings fraaie gitaarsolo’s loslaat, zoals in het fenomenale ‘And I Wish I Were Stoned/Don’t Worry’, is de hoofdrol toch, ondanks het jazzy drumspel en de fraaie zang, voor toetsenist David Sinclair. Zijn vloeiende en organische spel – vooral op het Hammondorgel – is de doorslaggevende factor die van If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You een progrock-meesterwerk maakt. De pastorale sfeer – terug naar de natuur; naar de eindeloze bossen – voegt een essentiële folky en countryeske dimensie toe. If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You bevat alles wat de Britse folkrock en progrock zo bijzonder maakt.

01. If I Could Do All Over Again, I’d Do It All Over You
02. And I Wish I Were Stoned/Don’t Worry
03. As I Feel I Die
04. Within An Ear To The Ground/You Can Make It/Marian/Only Cox/Reprise
05. Hello Hello
06. Asforteri
07. Can’t Be Long Now / Francoise /For Richard /Warlock
08. Limits

bonus tracks
09. A Day In The Life Of Maurice Haylett
10. Why? (And I Wish I Were Stoned)
11. Clipping The 8th (Hello Hello)
12. As I Feel I Die